Terug naar de vorige pagina.

 

Politiek Café 23 februari 2004: "we zijn te lief en te sociaal"

Verslag over de avond op www.liwwadders.nl:

‘’Wij zijn te aardig, te sociaal en te lief. We moeten veel agressiever zijn en meer op de trom roffelen,’’ aldus R. Boelsma, voorzitter van het MKB-Friesland. Boelsma vond gisteravond tijdens een politiekcafé van de VVD-Leeuwarden in theater Romein dat de noordelijke ondernemers zich het kaas niet van het brood moeten laten eten. ‘’We zijn goed bezig maar we moeten agressiever optreden.’’

Die boodschap was voornamelijk gericht tegen de bestuurders waarvan wordt verwacht dat zij antwoorden hebben op de komende vergrijzing, de komst van goedkope arbeidskrachten uit het oosten, de te hoge lasten en de infrastructuur. Volgens Boelsma heeft Leeuwarden naast de psychologische barrière van ‘dat is ver weg’, nu ook een imagoprobleem met de bereikbaarheid. Volgens hem zingt die onbereikbaarheid rond in ondernemersland. Actie van bestuurders is geboden, zo vond hij.

Directeur B.J. Finke, van relatiegeschenkengroothandel Jurjen de Vries uit Leeuwarden, vroeg zich hardop af wat zijn bedrijf eigenlijk nog in Leeuwarden deed. Zijn markt ligt voor het overgrote deel in het westen van het land. Het bedrijf behoort tot de grootste in zijn soort in het land. Finke: ‘’Eigenlijk interesseert de werkgelegenheid in Leeuwarden mij helemaal niet. Wij zijn op het westen georiënteerd. De enige reden dat wij hier zitten is het personeel. De personeelsleden willen absoluut niet verhuizen.’’ Finke vond de ondernemers in het noorden te bang. ‘’In het westen durft men meer te investeren. Hier wordt er alleen maar over gepraat. We willen alles nog even rustig bekijken. We zijn te behoudend en dat is echt niet nodig.’’ Hij stoorde zich aan de enorme kennis die in het noorden voorhanden is maar waar weinig mee wordt gedaan. Leeuwarden moet ook goed kijken naar de werkgelegenheid waarmee wordt gepronkt. Zo stevig zit die markt volgens Finke niet in elkaar. ‘’Die grote financiële dienstverleners kunnen ook ergens anders functioneren.’’

‘’Ik word een beetje mies van al die verhalen’’, zo vond ondernemer A. van Weperen. ‘’De stad is ten goede veranderd. De ontwikkeling van Leeuwarden moet een samenspel zijn tussen overheid en ondernemers.’’ Volgens Van Weperen heeft het stadsbestuur het zo gek nog niet gedaan. ‘’Een bestuur heeft meer verantwoordelijkheden dan alleen het aanleggen van wegen, verlichting en bedrijventerreinen.’’ De ondernemer wees op de verantwoordelijkheid van het bestuur voor goed onderwijs en medische voorzieningen. ‘’Leeuwarden heeft voldoende kansen, dat mag ook wel eens gezegd worden.’’ Van Weperen vond dat de vergrijzing niet als ramp moet worden gezien maar als kans. ‘’We moeten stoppen met het zeuren tegen de overheid.’’

Boelsma bleef erbij dat de ondernemer te veel naar binnen kijkt en te weinig de kansen grijpt die buiten gebeuren. Ook Finke vond dat de ondernemer meer in actie moet komen. Het gezamenlijk praten over een win-win-situatie vond hij achterhaald. ‘’Ondernemers zijn van nature egoïstisch. Een win-win-situatie interesseert me niet. Of de buurman beter wordt van mijn handelen is niet interessant. Mijn onderneming moet er beter van worden. Ik wil winnen.’’

Nog enkele aanvullingen:

Rutger Boelsma (MKB Friesland, vertegenwoordigd ongeveer 30.000 ondernemers in Friesland). De ontwikkeling van de werkgelegenheid is zeker een zaak van de politiek. Het aantal starters dat afhaakt binnen 2 jaar is maar liefst 92% op het moment. Probleem voor de toekomst is verder de sterke vergrijzing. Ook de bedrijfsovername is een probleem, binnen nu en 5 jaar gaat het om 8 à 10.000 ondernemers in Friesland. Er moet aandacht zijn voor onderwijs, innovatie (samenwerking overheid en ondernemers) en export. Voorbeeld van goede samenwerking zijn de MKB-leerbaantrajecten voor VMBO-leerlingen. Wat anders zou kunnen/moeten in Leeuwarden is de hoogte van de OZB en parkeertarieven en de bereikbaarheid.

Bert Finke (Jurjen de Vries). Reden waarom Jurjen de Vries in Leeuwarden zit, ondanks het feit dat 90% van de omzet buiten het Noorden te vinden is, is de sociale leefomgeving en het personeel. In het Noorden is ben erg bang, men durft minder te investeren en is erg behoudend. Dat is helemaal niet nodig. Er wordt ook teveel gewezen naar de overheid, ondernemers moeten naar zichzelf kijken en ook buiten Friesland kijken. Voor de toekomst is innovatie het thema, kennis is "leading".

Tom van Mourik (wethouder Economische Zaken - gemeente Leeuwarden). De wethouder maakt minimaal 2 werkbezoeken per week. Gemeente kijkt altijd of problemen opgelost kunnen worden, maar als het niet kan, moet dat ook duidelijk worden gezegd. Duidelijkheid wordt gewaardeerd door het bedrijfsleven. Leeuwarden moet trots(er) zijn op een aantal zaken, zoals het kennisinstituut Wetsus (voor water- technologie), de Popacademie, maar ook een Slauerhoffweg en de city-ring. Dit soort zaken zorgt voor de nodige spin-off qua werkgelegenheid. Verder is de aansluiting tussen onderwijs en bedrijfsleven belangrijk. Vooral het echte  technische onderwijs verdient de aandacht. In de periode 1995 - 2003 is de werkgelegenheid in Leeuwarden gegroeid met 19% (ongeveer 10.000 arbeidsplaatsen), het afgelopen jaar zijn er circa 400 à 500 arbeidsplaatsen vertrokken. Alles moet wel in het goed perspectief gezien worden. Distributiesector kijkt logischerwijs eerder naar het zuiden bij concentratie. Ook de industrie verliest terrein, dat is jammer, omdat hier veel laaggeschoolde arbeid te vinden is, maar dit is een landelijke trend. Groei zit vooral in de zakelijke dienstverlening, gezondheidszorg/welzijn, financiële dienstverlening, maar ook justitie.

Conclusie was eigenlijk: ondernemers zijn te lief en te sociaal en de gemeente Leeuwarden doet het zo gek nog niet!