| Terug
naar de vorige pagina.
|
| POLITIEK CAFÉ 6 DECEMBER 2004 |
| De bijeenkomst avond van 6
december begon met de minuut stilte ter nagedachtenis aan prins Bernard.
Charlie Aptroot (VVD fractie tweede kamer) begon de avond met het onderwerp DEREGULERING. De VVD strijdt in de tweede kamer voor de deregulering voor ondernemers in de eerste plaats, omdat zijn het geld moeten verdienen en tegen de meeste problemen aanstuiten. Men streeft naar vermindering van het aantal regels en administratieve lasten met 25%. Als indicatie voor deregulering noemde hij de steeds toenemende boekhoudkosten, van niet alleen de ondernemer maar ook de overheid. Hoe men dit wil doen noemde Charlie Aptroot ook:
De bijdrage van statenlid Arjen van der Meer ging met name over het kunnen toepassen en handhaven van regels. Men moet niet alleen nadenken over het nut en de noodzaak van wetten en regels, maar ook het kunnen handhaven van deze. Hij noemde voorbeelden als de stempels voor asielzoekers, waarbij er wordt aangetoond dat deze inderdaad nog in Nederland verblijft. Regelmatig komt het voor dat de plaats van men stempels kan ophalen, niet de verblijfplaats van de desbetreffende persoon is. Verder sprak hij zijn bezorgdheid uit over de invoering van de legitimatieplicht vanaf 14 jaar. De politie mag alléén om legitimatie vragen als er sprake is van verdenking, maar mag een verdachte in gevallen te allen tijde aanhouden. Zal deze regel in de praktijk werken? Samengevat: regels mogen, maar ze moeten in de praktijk handhaafbaar en nuttig zijn! Ook wethouder Tom van Mourik sprak zijn bezorgdheid uit, met als voorbeeld een horecabedrijf dat voor het impregneren van bijvoorbeeld kersttakjes binnenkort een gecertificeerd bedrijf in moet schakelen. Dat is doorgeslagen regelgeving. Hij benadrukte dat regels vooral gemaakt worden als er rampen hebben plaatsgevonden. Hij was verder sceptisch, omdat eerder geprobeerd minder regelgeving te krijgen, maar dit heeft vaak geleid tot juist meer regels. Zie bijvoorbeeld de bouwregelgeving. Met klem benadrukte Van Mourik dat we moeten streven naar minder beleidsstukken, en meer aandacht moeten besteden aan de uitvoer van beleid. Oplossingen die bij het dereguleringsaspect aangedragen werden: -bezwaar- en beroepsprocedures 1 of 2x in het traject in plaats van continu beroepsmogelijkheden tijdens gehele traject. En meer overleg met marktpartijen over tegenstrijdige regelgeving in plaats van alleen overleg tussen overheidsorganen met VNG Vanuit de zaal kwamen ook nog een aantal reacties, zoals de distelverordening die niet gehandhaafd wordt, iemand die als privé-persoon wel mag autorijden, maar zakelijk niet, dat er ook rekening gehouden moet worden met de transitiekosten, en dat het soms lijkt of ondernemers de belastinginners voor het Rijk zijn (m.b.t. werknemerslasten). Het tweede thema deze avond was de Zuiderzeelijn De eerste spreker over deze thema was Arjen van der Meer, die benadrukte dat het hier gaat over het realiseren van een snelle spoorverbinding Groningen-Leeuwarden-Schiphol. Hij sprak zijn spijt uit over de emotionele lading van de discussie "Zweeftrein ja of nee,". Hij noemde de discussie niet onbelangrijk, maar eerder overbodig omdat er nog niets besloten is over welk van de 4 varianten (zweeftrein, HSL, Hanzelijnplus en intercity) er komen moet. Tevens vermeldde hij dat de drie noordelijke provincies al tot overeenstemming waren over de komst van een snelle verbinding tussen de randstad en het noorden, máár dat het initiatief nu bij het Rijk ligt. De heer Van Mourik sloot zich aan bij statenlid Van der Meer, maar noemde ook dat de signalen vanuit het eerste kabinet Balkenende te kennen gaven dat de aandacht vooral uitging naar het verbeteren van de infrastructuur in de randstad. Hij noemde dat in het eerste kabinet Balkenende de Zuiderzeelijn niet één keer voorkwam in de kabinetsplannen. Als reactie gaf Charlie Aptroot te kennen dat hij zich nog moeilijk kon uitlaten over dit onderwerp. De commissie Duijvestein, waar Aptroot zitting in heeft, zal op heel korte termijn komen met een rapport over de Zuiderzeelijn. Begin 2006 moet er duidelijkheid zijn over de aanleg van de Zuiderzeelijn. Hij benadrukte dat infrastructurele projecten als de Betuwe lijn en het HSL te vaak uit de hand zijn gelopen. Dit onderzoek zal eerst moeten uitwijzen of de kosten niet wéér de pannen uit rijzen. De aanbevelingen en adviezen in het rapport zullen gebaseerd zijn op de bevindingen en leerpunten uit voor genoemde projecten. Aptroot zei dat hij het eens is met de voorlopige "rem" van het Rijk op dit project, omdat elke investering ten slotte bedoeld om rendement op te leveren (dat is meer dan alleen geld, ook milieu kan vertaald worden) en niet bedoeld is geld te kosten. Charlie Aptroot was bereid om op kort termijn nog een keer naar Friesland te komen om de discussie voor wat betreft de Zuiderzeelijn voort te willen zetten, aan de hand van de rapportage van de commissie Duijvestein.
|